De start
De start in de duivensport te Groningen ging niet als bij zo velen van vader op zoon maar is waarschijnlijk iets wat alleen in de genen zat bij mij, want in de familie waren verder geen duivenmelkers.
Ik ben besmet geraakt met de duivenbacil door twee jonge Hollandse Meeuwtjes die ik op 6 jarige leeftijd had gekregen van een klant van mijn vader.
In de buurt waar ik woonde en opgroeide waren meer duivenliefhebbers. Deze hebben mij de interesse in de postduivensport bijgebracht.
Ik ben hierdoor in de loop van enkele jaren overgestapt naar de postduivensport.
Mijn eerste vereniging was P.v. de Eendracht, waar ik als jeugdlid werd aangenomen.
Ik begon met duiven die ik op de Groninger Veemarkt kocht en u raad het al, dit was geen succes.
Later kocht ik duiven van een zekere de Roos, een liefhebber uit Uithuizen.
De Roos had het druk met zijn loonbedrijf en daarom geen tijd meer voor de duiven. Ik heb toen het totale hokbestand gekocht.
Het soort dat ik heb overgenomen was Desmet Mathijs. Ik vloog daarmee niet onverdienstelijk.
Omdat ik bij mijn ouderlijk huis geen ruimte had, heb ik enkele jaren vanaf een gehuurde privé tuin op Sabangplein in Groningen gespeeld.
Hier hadden nog een paar duivenmelkers een hok. Maar omdat het huis met bijbehorende tuin werd verkocht moesten we naar een andere locatie op zoek.
De duiventuin
Ik vond ruimte op de duiventuin aan het Damsterdiep waar toen ca. 60 liefhebbers samen hun hobby beleefden. Hier kwam ik in contact met Cobus Clermonts , de vader van Wim.
Ik heb hier diverse duiven van gekregen waaronder de Rode Hermans duiven die zij in hun bezit hadden.
Er ontstond een vriendschappelijke band tussen mij en Wim. Samen reden we voor het eerst in 1974, als jongens van 16 en 18 jaar naar Tilburg om Nooyen duiven aan te schaffen.
Deze aanschaf bleek niet verkeerd te zijn want deze duiven zorgden voor een extra impuls voor wat betreft kopprijzen vliegen.
Hoogezand -
Sappemeer
In 1978 werd verhuisden wij van Groningen naar Hoogezand Sappemeer.
Het voordeel van deze verhuizing was dat ik de duiven eindelijk bij huis kon houden. De verzorging werd hierdoor een stuk gemakkelijker.
Op de duiventuin aan het Damsterdiep was in die tijd geen stromend water en geen elektriciteit.
Op een hok van
In de kring en afdeling werden regelmatig kopprijzen gespeeld zowel op vitesse / midfond als op de 1- daagse vluchten.
In die tijd nog op de zuidoostlijn
Enkele wapenfeiten waren in 1980 de 10e nationaal München en in 1982 de 5e nationaal München gespeeld met de Nooyen duiven.


Later heb ik nog een kweekhokje gemaakt op de berging, hier moest ik op de knieën omdat de ruimte beperkt was.

Naar Brabant
In 1988 verhuisde ik vanwege mijn werk wederom. Deze keer was het van Sappemeer naar Helmond.
Ik meldde mij in
1988 / 1989 aan bij de sterk spelende vereniging
Omdat ik verwachtte binnenkort weer te gaan verhuizen werden de duiven eerst in een tuinkamer ondergebracht.
Toch heb ik er na een tijdje een tuinhok geplaatst. Door tijdgebrek en slechte ligging ( bomen rondom ) werden er geen aansprekende resultaten behaald.

Na enige jaren werd niet alleen succesvol aan mijn eigen zaak verder gebouwd, maar ook aan mijn geliefde hobby de duivensport.
Als het door drukke werkzaamheden niet uitkwam om de duiven op tijd te verzorgen, dan werden de honneurs waargenomen door Sjoerdje, mijn vrouw.
Zij was en is zowel zakelijk als in mijn hobby mijn steun en toeverlaat die pal achter mij staat.
Als geen ander weet zij dat ik mijn zakelijke beslommeringen van mij af kan zetten als ik bezig ben met mijn duiven.
Met liefde en toewijding doet zij dan ook de verzorging als er weer eens een klus klaar moet.
Het begint dan met een telefoontje, als het duiventijd is, hoe laat kom je thuis?
Dan volgt de verzorging, het uitlaten van de duiven, krabben van de hokken, water geven en eventueel de duiven binnen roepen en voeren.
Het spel
Met relatief weinig duiven 17 doffers en 17 duivinnen speel ik al ca 30 jaar dubbel weduwschap.
Zowel de doffers als de duivinnen gaan wekelijks de mand in.
Vooraf worden de duivinnen vanuit hun afdeling los gelaten en mogen dan bij de doffers binnen lopen.
Het tonen van de duivinnen duurt ongeveer 1 uur waarna de duiven worden ingemand.
Na gelang de zwaarte van de vlucht blijven de duiven samen, dit kan tot s avonds of soms tot daags na de wedvlucht zijn.
Daarna gaan ze terug naar hun eigen afdeling.
Zowel de doffers als de duivinnen trainen s avonds minimaal 1 uur, dit zonder gebruik te hoeven maken van een vlag of ander dwangmiddel.
Duiven die gezond zijn trainen graag en gretig is mijn mening.
Het jonge duivenspel wordt de laatste jaren iets serieuzer aangepakt.
Er wordt aan winterkweek gedaan en ook verduisterd zodat de jonge duiven iets meer kans hebben op de latere vluchten.
De jonge duiven worden voor de vluchten ca. 8 keer op geleerd, de laatste keren vanuit verschillende richtingen.
Ook werd in het verleden wel eens ingemand voor africhtingen bij andere afdelingen en Concours Combinaties om het kladvliegen te verminderen.
De jonge duiven moeten in die situatie al vroeg hun eigen plan trekken.
De hokken
De hokken zijn het laatste jaar weer aangepast. In het in het verleden werden de hokken mechanisch geventileerd.
In de zomer van 2006 bleek plotseling dat bij extreem warm weer te veel vuile lucht in de kap bleef hangen. Hierdoor werden de prestaties minder.
Nu is de totale kapconstructie verhoogd en op de spanten geīsoleerd met een noppenfolie
De aangepaste constructie heeft inmiddels laten zien dat het weer mogelijk is kopprijzen te spelen en daar is het tenslotte om te doen.
Vers bloed
Ik heb de laatste jaren bij enkele liefhebbers duiven aan geschaft. Ik ben van mening dat ook hier geldt dat stilstand achteruitgang is.
Ik heb het aantal kweekkoppels is uitgebreid naar 15 stuks vanwege de vraag naar Voetsduiven vanuit Duitsland.
De versterking kwam in de afgelopen jaren van Frans Manders & zn Beek en Donk, Harry Barten Beek en Donk, Gebr Gijzen st Willebrord, Flor Engels Putte,
Maurice Voets Kessel en de laatste Janssen duiven die ik heb aangeschaft komen van de verkoop van Jo Manders Deurne,
Peter Janssen uit Kleve uit de Bonny en Clyde lijn.
Walter Grieten Tessenderloo en Eddy Schroeven ( Schroeven Hermans ) te Molenstede Belgie
Topuitslag
versus kampioenschap
Kampioenschappen zeggen mij niet zoveel. Topuitslagen is het waar het in huize Homan meer omgaat. Als je goed vliegt komen de kampioenschappen vanzelf.
Mooie uitslagen worden minder snel vergeten.
Als je liefhebbers vraagt wie het jaar ervoor bepaalde kampioenschappen behaald heeft weten ze het vaak niet meer,
maar als je vraagt wie bepaalde vluchten super uitslagen speelden is dit vaak nog wel bekend.

Medische begeleiding
Deze is vrij simpel en bestaat uit de verplichte paramixo enting.
Voor het seizoen onderzoek ik de duivenmest zelf en ook worden er enkele duiven onderzocht op het geel door een keel uitstrijkje te maken.
Als het nodig is wordt er gekuurd maar dit is vaak niet het geval.
Einde
vliegseizoen of start van het nieuwe seizoen.
Als het vliegseizoen voorbij is begin ik direct met de voorbereidingen van het daaropvolgende seizoen.
Ik selecteer streng op de vliegduiven. Duiven die mogen blijven worden meteen van hun partner gescheiden.
De oude doffers worden 2 dagen in hun bak opgesloten en de jonge doffers mogen een eigen bak uitzoeken.
De laatste jaren koppel ik de duiven eind november of begin december.
Zodra de jongen ca 16 dagen zijn gaat 1 jong met de duivin naar hun eigen afdeling het andere jong blijft bij de doffer.
Hierna worden de vliegduiven niet meer gekoppeld en wordt vanaf de eerste wedvlucht op weduwschap gespeeld.
|
De reportage is in PDF formaat |
klik
op deze knop om verder te gaan.
CopyrightŠ 2007 Webdesign Arend Homan